De taal op het water

Board
Surfplank.

BPR
Binnenvaartpolitiereglement. Reglement ter voorkoming van aanvaring op de openbare wateren in Nederland, met uitzondering van de wateren die zijn in omschreven in Rijnvaartpolitiereglement (RPR), Scheepvaartreglement Westerschelde, Scheepvaartreglement Eemsmonding, Zeeaanvaringsreglement (ZAR) en Reglement Kanaal van Gent naar Terneuzen.

Breach
Sprong van een walvis uit het water.

Braziliëstroom
Een deel van de Zuidequatoriaalstroom, die zuidwaarts langs Brazilië stroomt en onder andere onder invloed van de heersende westenwinden afbuigt om met de Westenwinddrift in oostelijke richting de Zuidatlantische Oceaan over te steken.

Brave zooiensteker
Burger (niet-zeeman) aan boord van een schip.

Brassen
(1) Touwen die zijn bevestigd aan de nokken van de ra`s, met behulp waarvan de ra`s en de aangeslagen zeilen in een bepaalde staand gedraaid kunnen worden. (2) Een ra in horizontale richting naar de wind stellen. Zie ook Toppen.

Brasboom
IJzeren balk midscheeps, die dient om de brassen van de voortop en de grote top vrij te houden van het want.

Brasbeugel
Rakbeugel om het brassen en toppen van de ra`s te vergemakkelijken.

Brasblok
Zeer groot en plat blok waardoor een bras wordt geschoren, met twee neuten in elke wang, omdat zij dubbel gestropt worden.

Bras
(1) Elk van de twee lopende touwen aan de nokken van een ra, die dienen om de ra naar de wind te zetten. (2) Aap. (3) Lijn aan de breefok.

Braniekraag
Brede hemdskraag van marinematrozen.

Brandzwabber
Stokdweil die op schepen wordt gebruikt om branden te blussen.

Brandstof
Schepen voor recreatief gebruik mogen niet de zogenaamde `rode diesel` gebruiken. Zij zijn aangewezen op de `witte diesel` (autodiesel), die ongeveer een gulden per liter duurder is. Zie ook Groene diesel.

Brandpiket
Wachthoudend schip bij een vloot.

Branding
Brekersvoor de kust, die ontstaan wanneer golven de geleidelijk oplopende kust naderen, of anderszins op tegenstroom stuiten.

Brandgevaar
Verre van denkbeeldig; houd daarom altijd een of meerdere goedgekeurde brandblussers aan boord, met een minimuminhoud van twee liter.

Brandaris
Oudste vuurtoren van Nederland. Dateert uit 1594. De eerste Brandaris werd al in 1323 op Terschelling gebouwd.

Bramzeilsgast
Jonge schepeling, belast met het los- en vastmaken van de bramzeilen.

Bramzijgertje
Te jong, dus illegaal bemanningslid. Mogelijk een verzinsel van Jan de Hartog, want in de `pre-Hartog periode` komt het woord nergens voor.

Bramzeilsbak
Bak of tafel waaraan de bramzeilsgasten geplaatst zijn.

Bramstaglopers
Kapucijners.

Bramsteng
Zie Steng

Bramzeil
Zeil boven het marszeil. Zie afb. 52. Er zijn onderbramzeilen, middenbramzeilen en bovenbramzeilen. Elke mast heeft bovendien zijn eigen bram- en marszeilen, die allen een eigen naam hebben. Het onderbramzeil van de fokkemast heet bijvoorbeeld vooronderbramzeil, dat van de grote mast heet grootonderbramzeil en dat van de bezaansmast of de kruismast heet ondergrietje. Wanneer er per mast slechts twee bramzeilen worden gevoerd wordt het onderste `bramzeil` en het bovenste `bovenbramzeil` genoemd. Op VOC-schepen zorgden de bramzeilen voor extra stuwkracht, die echter alleen in de gebieden van de passaatwinden kon worden benut.

Bramra
Onderste ra aan een steng, wanneer er sprake is van een enkel bramzeil. Zijn er meerdere bramzeilen, dan spreken we van onderbramra, middenbramra en bovenbramra.

Brak water
Zoet rivierwater vermengd met zeewater.

Braadspil
Ook: ankerspil. Horizontale, veelhoekige balk op het voordek, die met behulp van handspaken wordt rondgedraaid, om het anker te hieuwen.

Bra
Deel van de visvangst dat de bemanning gedurende de reis voor eigen gebruik mag nemen en dat rauw of gebraden gegeten wordt.

BSK
Bovenstroomse koers.

BST
British Summer Time. Britse zomertijd.

BSW
Binnenschepenwet. De zeilende charterschepen vallen nu (1996) nog niet onder deze wet, maar binnen enkele jaren zal dit wel het geval zijn.

Buitenboordsgast
Schepeling die de buitenhuid van het schip moet verzorgen.

Buitenboordsklep
Klep in een buitenboordleiding, die voorkomt dat water van buiten naar binnen komt.

Buitenboordmotor
Aanhangmotor voor kleinere vaartuigen, die aan de achtersteven wordt bevestigd. (In de jaren twintig en dertig werden er in ons land ook veel zijboordmotoren verkocht, voor Canadese kano`s en kajaks.) De buitenboordmotor is uitgevonden door de Amerikaan Evinrude.

Buitenboordkoeling
Koelsysteem van scheepsmotoren waarbij het water van buitenaf via een filter en een koelpomp door de motor wordt gevoerd en vervolgens weer wordt afgevoerd. Zie ook Interkoeling en Kielkoeling.

Buiswater
Water dat tegen de boeg van het schip opgeslagen wordt en over het dek waait. Zie ook Stuifwater.

Buiten
(1) Op de vrije, open zee. (2) Het water ten noorden van het Enkhuizerzand.

Buisman
Buisharingvisser.

Buismast
Uit buizen samengestelde mast.

Buisjespreek
Preek op de bidstond vóór het uitzeilen van de haringvloot.

Buiskap
Ook: sprayhood. Zeildoekse kap boven de kajuitstrap om het buiswater niet over de boot te laten spatten. De hoeveelheid water die de kuip kan binnenkomen wordt erdoor gereduceerd en het luik boven de kajuitstrap kan open blijven staan.

Buisjesdag
15 juni, de dag waarop vroeger de haringbuizen in zee staken.

Buis
Tjalkachtig vissersschip met hoog achterschip, voor de haringvangst. In 1644 waren er nog 1054 buizen geregistreerd, in 1832 nog maar 120. Wij onderscheiden onder andere de Waardinger buis en de Enkhuizer buis.

Buikweger
Buikdenning.

Buiktouwtjes
Reefknuttels.

Buikstuk
Stuk dat de buik van een schip helpt vormen.

Buikseizing
Band om de buik van een zeil als het vastgemaakt is bijeen te houden.

Buikorgel
Ook: luchtverdeelkast. Accordeon.

Buikgording
Buiketouw.

Buiketouw
(1) Ook: voettouw. Lijn aan het onderlijk van de fok. (2) Soort korte fokkeschoot bij vissersvaartuigen.

Buikdenning
De vloer van het ruim.

Buik
(1) Het deel van het zeil dat het meest bol gaat staan als de wind erin blaast. (2) Ook: Buikie Diepste deel van de onderreep van een kuil.

Buienkauwer
Zeebonk.

Buginezen
Indonesisch volk van de oostkust van Sulawesi (Celebes) en omliggende eilanden. Goede zeevaarders, die voor een belangrijk deel de kustvaart tussen de omliggende eilanden verzorgen. Ten tijde van de VOC vormden de Buginezen een geduchte machtsfaktor, van de oostkust van Straat Malakka tot en met de Bandazee. Zij wensten niet te buigen voor de heerschappij van de VOC en maakten het de Compagnie herhaaldelijk lastig, niet in de laatste plaats omdat de VOC hen met de verovering van Makasar (1667) had gedwongen hun thuisland Celebes te verlaten. Derhalve werden zij als `zeerovers` aangeduid, een naam die zij tot na de Tweede Wereldoorlog ten onrechte hebben gehouden. Zie ook Prauw en Pinisi.

Buddy
Ook: duikpartner of duikgenoot. Maat van de duiker. Zonder buddy duiken is ten zeerste af te raden. Een Arbobesluit van 1995 verbiedt het beroepsduikers om alleen onder water te werken, en bij een diepte van meer dan negen meter moet een ploeg zelfs uit drie man bestaan: een duiker, een ploegleider en een reserveduiker.

Bubbelinstallatie
Installatie die wordt aangelegd in meren en plassen waarin tijdens warm weer problemen ontstaan met blauwalgen.

BWK (n)
Behouden Ware Koers.

Byzantin
Franse stoomboot die op 18 december 1878 zonk nabij de Dardanellen. 210 opvarenden kwamen daarbij om. C

B-serie
De 8 schepen van de Amsterdamse rederij Spliethoff waarvan de naam begint met een B: Bakengracht, Barentzgracht, Bataafgracht, Beursgracht, Bickersgracht, Bloemgracht, Bontegracht en Brouwersgracht. Zie ook A-serie, E-serie, H-serie, K-serie, L-serie en P-serie.

Captain`s dinner
Gezamenlijke maaltijd (meestal kapucijners met spek) op verzoek van de commandant, waarbij iedereen, ongeacht rang of stand, door elkaar zit.

Capaciteitsplan
Dit bevat alle capaciteitsgegevens van het schip, zoals de inhoud van de ladingruimten en tanks en het draagvermogen bij verschillende diepgangen en deklasten.

Canvas
Ook: cloth . Een zeil of alle (aangeslagen) zeilen. `Under canvas` = onder zeil.

Candela
Wetenschappelijke benaming van kaars.

Canarische stroom
Onderdeel van de Noordatlantische stroom. Afkomstig van de Golfstroom. Stroomt langs de noordwestkust van Afrika en gaat geleidelijk over in de Noordequatoriaalstroom.

Canadian canoe
Canadese kano voor twee of meer personen; open kano gebouwd in de zgn. `Canadese` stijl. Afkomstig van de Indianen. Oorspronkelijk een houten geraamte bekleed met huiden of berkenbast. Een kano valt krachtens het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) onder `kleine open boten`. Zie ook Zeilcanadees.

Cambria
Britse stoomboot die op 19 oktober 1870 verging voor de kust van Noord-Ierland. 196 opvarenden kwamen daarbij om het leven.

CAM-race
Colin Archer Memorial Race.

Calypso
Het schip waarmee kapitein Cousteau de oceanen bevoer.

Call-sign
Roepnaam van een schip. Zie ook Scheepsnaam.

Calimero
Zie Wet van Calimero

Californische stroom
Betrekkelijk koude stroom, afkomstig van de Noordpacifische stroom. Gaat over in de Noordequatoriaalstroom.

Calcutta Bore
Vloedgolf die als een hoge muur van overstortend water de Ganges stroomopwaarts binnendringt en vaak grote schade veroorzaakt. Zie ook Bore.

Calanus
Zie Zoöplankton.

Calamiteuse polders
Zo werden in de jaren twintig de Zeeuwse polders genoemd waarvan de zeewering zo kostbaar was, dat rijk en provincie daarvoor subsidie gaven.

Calais, Nauw van –
Zeearm tussen Engeland en Frankrijk, die Het Kanaal met de Noordzee verbindt. Is 185 kilometer lang en gemiddeld 65 kilometer breed. De kleinste breedte is 31 kilometer, en daaronder is de Kanaaltunnel gebouwd.

Caissonziekte
Ook: decompressieziekte, decoziekte of the bends. Duikersaandoening, wordt veroorzaakt door het te snel aan de oppervlakte komen, waarbij de stikstof in de minst doorbloede delen van het lichaam vrijkomt. De mogelijke verschijnselen zijn: pijn, jeuk, huiduitslag, verlamming in armen en benen, kortademigheid, hoestaanvallen, benauwdheid, verlies van gezichts-, gehoor- en spraakvermogen, verlies van evenwichtsgevoel, braken, duizeligheid en bewusteloosheid, mogelijk gevolgd door de dood.

Caisson
(1) Soort grote duikerklok waarin onder overdruk werk wordt verricht. (2) Drijvend betonnen bouwwerk dat tot zinken wordt gebracht en dan dient als onderdeel van een dam, tunnel of brug.

Cadet
Open midzwaardboot met torentuig, fok en spinnakertje. Soort sharpie met vrij vlakke v-bodem en een voorbord, zoals de schouw. L.O.A. 3,22 m., zeiloppervlak 5,16 m², gewicht 54 kg. De Cadet behoort tot de internationale jeugdklasse.

Caddie
Algemeen: bemanningslid voor fysiek zwaar werk op een groot wedstrijdjacht. Ook: lieraap van de grootschoot. Term is afkomstig van de America`s Cup.

Cachou
(f). Catechu. Samentrekkend extract uit de bast van de betelpalm en diverse andere Indische planten, dat wordt gebruikt als kleurstof voor het tanen van zeilen. Zie ook Taan.

Cabotage
(1) Handelsverkeer te water tussen havens van hetzelfde land. (2) Kustvaart. (3) Het varen van Kaap tot Kaap.

Caboose
Kombuis.

Cabo Rico 34
Klassiek, luxe polyester s-spant zeiljacht, kottergetuigd, met vier vaste slaapplaatsen. Geschikt voor langere reizen op zee. L.O.A. 11,27 m., breedte 3,35 m., zeiloppervlak 58 m².

Cabo Rico 38
Polyester s-spant zeiljacht met vier vaste slaapplaatsen. L.O.A. 12,50 m., breedte 3,51 m., zeiloppervlak 90 m².

CBB
Centraal Bureau Binnenvaart.

CCA
Cruising Club of America.

Certificat d`assurance
(f). Verzekeringsbewijs.

Certificate of Registry
Zeebrief.

Certificaatfout
Eventueel aan te brengen correcties op de gemeten hoeken met een hoekmeetinstrument, die bij de duurdere hoekmeetinstrumenten op een certificaat zijn vermeld.

Centercastle
Onderste gedeelte van het brughuis.

Centerboard
Kielzwaard.

Center section
In lengterichting het middelste gedeelte van de plank.

CEMHC
Common European Maritime Heritage Congress. Vond voor het eerst plaats in 1992, in het Nederlands Scheepvaartmuseum te Amsterdam.

Cement
Erwtensoep.

CE-merk
(CE staat voor Conformité Européenne.) Europees keurmerk voor schepen, bestaande uit een code met een plaatje. Met ingang van 1 juni 199verplicht voor alle in Europa verkochte open- en kajuitboten met een romplengte tussen 2,5 en 24 meter. Uitzonderingen zijn boten voor speciale wedstrijden, kano`s, kajaks, gondels, waterfietsen, zeilplanken, waterscooters, experimentele vaartuigen, casco`s die door particulieren worden afgebouwd en niet binnen 5 jaar op de Europese markt worden verkocht, duikboten, luchtkussenvoertuigen, draagvleugelboten en originele historische vaartuigen (of eenmalige replica`s) gebouwd van tekeningen van vóór 1950, die voornamelijk met de oorspronkelijke materialen zijn gebouwd.

Cessionaris
Ook: abandonee. Verzekeraar die het recht op een scheepslading of scheepswrak heeft.

Choppy
Woelig; korte golfslag.

Chock
Verhaalklamp.

Chloorpromazine
Middel tegen zeeziekte. Heeft veel bijwerkingen. Laatste keus, behalve bij uremie.

Chinese gijp
Soort gijpen, meestal per ongeluk, waarbij aan het eind het onderlijk van het grootzeil aan één kant van de boot staat en de top van het zeil aan de andere blijft. Te voorkomen door een neerhouder of wipschoot.

Cheniervlakte
Zandige strandwallen langs de kust, waarbij de lagunes achter de zandruggen geheel of gedeeltelijk zijn opgevuld door klei-afzettingen. Komt onder andere voor langs de kust van Zuid-Amerika, tussen de Amazone en de Orinoco.